Officieel pas vanaf zondag maar de echte die-hards staan vanaf vrijdag al te sjoenkelen.
De grote vraag is altijd; hoe ga je verkleed? En daarom doe ik vandaag een eerbetoon aan de doos van mān moeder! Nooit gedacht overigens dat ik daar nog eens over zou schrijven.
De echte carnavalist begint na de zomervakantie al zoān beetje met zoeken op marktplaats, de kringloopwinkel en Vinted naar dat leuke jasje of die mooie hoed. Daarna wordt dit kledingstuk helemaal vermaakt en versierd met allerlei mooie details. Complete kunstwerken worden het. De laatste week bestaat vooral uit het finetunen en het aanbrengen van de allerlaatste accessoires. In combinatie met de juiste schminck krijg je zo een fantastische outfit!
Bij mij gaat dit proces iets anders. Vrijdag middag krijg ik een appje; Edward, vanavond mee stappen? Mwoaaah, ik weet het nog niet. Ik kijk wel. Ik heb ook niks om aan te doen. Maar tijdens het avondeten begint de twijfel al toe te slaan. En wat doet een volwassen man als hij het even niet meer weet? Precies, dan belt hij zān moeder.
Mijn moeder speelt al meer dan 40 jaar toneel. In al die jaren heeft ze hiervoor een hele verzameling outfits en pruiken verzameld. Maar naast al die pakken heeft ze ook nog een kartonnen doos, formaat Miele wasmachine, op zolder staan. Deze doos is tot de rand gevuld met carnavals kleding. En je wilt niet weten hoe vaak ik nog last minute op stap ben kunnen gaan dankzij deze doos. Als het niet in die doos zit, dan bestaat het waarschijnlijk niet.
āKom maar eens kijken jongenā. Tien minuutjes later staan we gebukt op de net te lage zolder in de doos te grabbelen. Ieder kledingstuk heeft een verhaal.
Och kijk hier, dit is een mooi jasje. Dat heeft ome Ger nog aangehad op de 25 jarige bruiloft van opa en oma. Oh, en deze broek kun je leuk combineren met met dat goudkleurige gilletje. Dat droeg Sjaak in het toneelstuk āhet sjpoek van de Boezevenā. Och en kijk hier, dit bloesje is nog van tante Mie geweest. Heerlijke nostalgie. Het is nooit de vraag òf we wat vinden maar wat we vinden. Na een half uurtje spitten in de doos daal ik de vlizotrap af met onder mān arm een knalgeel kippenpak. Bedankt mam
, je doos heeft me weer gered. Dār jong kin waer gaon sjtappe!
