Een groen boekje met een noveen, ik herinner me heel goed dat mijn moeder en ik in dit boekje lazen, nou ja, zij las en ik luisterde. Aan moeders hand naar Jezus, als voorbereiding op die grote dag en na het lezen en bidden staken we een kaars aan.Het prentje met mijn naam en een gebedje ligt hier ook voor me maar het allermooiste is een zilveren kruisje met markesietjes aan een kettinkje dat ik van oma Hanssen kreeg. Ik droeg het toen mijn kinderen geboren werden en het gaf me zo vaak troost, nu is het zo fragiel en blijft in het doosje.Ik kreeg een wit handtasje met een rood hertje erop en binnen in, in het klepje zat een spiegeltje, daar droomde elk meisje van. Natuurlijk kreeg ik ook een missaaltje, wit met een gouden kruis en een schilderijtje met het Onze Vader erop afgebeeld. Al deze dingen gingen verloren in de tijd, gewoon weggedaan, verloren tijdens een verhuizing, zoals dat met veel dingen gaat maar ik heb nog wel aandenkens.Ik weet nog precies wat ik kreeg op die Hemelsvaartsdag 11 mei 1961 toen ik de eerst H. Communie deed. Nee, geen fiets of een telefoon of een nintendo switch, de fiets kreeg ik pas toen ik naar de middelbare school ging 6 jaar later en die andere twee dingen waren toen nog iets waar niemand ooit van gehoord had.
Hoe ging dat toen, zo’n communie dag. De voorbereiding was eenvoudig, we gingen naar de kerk om te oefenen en Kapelaan Hoogers kwam in de klas om te vertellen over Jezus en wat er te gebeuren stond. Ik weet nog dat hij het grote telraam gebruikte om te laten zien hoe dat ging met biechten, iets wat erna elke week op vrijdag plaats vond in de kerk.We kregen allemaal een witte jurk, bruidjes van Jezus met korte witte sokjes en lakschoentjes. Die kleren waren niet alleen voor die dag maar werden later ook in de processie gedragen totdat je eruit groeide en dan gingen ze naar een jonger zusje.De jongens droegen korte broeken, mijn broers hadden een wit bloesje en een strikje.Een bloemenkrans in het haar en dan samen naar de kerk. Aangezien ik de oudste was en Hayke pas 2 was weet ik het of allebei mijn ouders meegingen. Het was mooi weer, dat kun je zien op de foto’s die mijn vader die dag maakte. Een beetje stijf, niks informeel, van mij en mijn zus Ineke in het plantsoen bij de kerk waar nu de huisartsen resideren. Dan op het veldje langs ons huis op de Koninginnelaan waar later de bejaardenhuisjes stonden en nog veel later het wozoco. Daar zie je ons gezin en natuurlijk ook en foto tussen mijn twee oma’s in, allebei in het zwart en allebei heel oud lijkt het maar van de leeftijd die ik nu ben.In de kerk was alles mooi versierd en wat onwennig zat ik in de bank.
Ik ging al vanaf dat ik 5 was met mijn vader elke zondag naar de hoogmis om 10 uur, hij haalde de collecte op en kende en ken nog steeds de Latijnse gezangen uit mijn hoofd.De communicantjes toen hoefden alleen maar te zitten, niks zingen of voorlezen en eerlijk gezegd voelde ik me niet anders na afloop. De tocht naar de kerk vanaf de school was onder begeleiding van de fanfare, heel plechtig allemaal en afloop gingen we naar huis.Daar wachtte een heerlijke maaltijd want zowel mijn moeder als oma Hanssen konden heerlijk koken. Zondagse soep met balletjes, rosbief en asperges en als toetje vanille kook pudding met hemelse modder.’s Middags kwamen de ooms en tantes, als ze tenminste niet zelf een communicant hadden en kreeg ik nog meer kadootjes, een rozenkrans die ik ook nog heb, een ringetje en natuurlijk had ik ook een setje met bord, kop en schotel, je ziet se soms bij de kringloop staan.Daarna was het anders als ik met papa naar de mis ging, ik mocht nu de communie ontvangen maar dat betekende dat je nuchter moest blijven, at je ook maar een kruimeltje dan mocht het niet meer en Jezus zag alles. Ik ben verschillende keren bijna flauwgevallen van de honger, zelfs water mocht niet.Als we met de school naar de kerk gingen wat geregeld gebeurde dan zaten de meisjes links vooraan bij de preekstoel en de jongens rechts, pastoor Brentjes kon behoorlijk tekeer gaan tijdens zijn preek en wij zaten te bibberen in die banken.Biechten, soms moest je wat verzinnen, brutaal tegen moeder, stiekem een koekje gepakt of broertje geplaagd want ik was eigenlijk een braaf kind. Als je er nu op terugkijkt lijkt het allemaal zo degelijk en naĆÆef maar dat was de tijd, de kinderen nu kunnen zich daar niks bij voorstellen maar wij waren toen tevreden, met die doos Caran d’Ache en dat kleurboek van de Sint, nieuwe kleren voor de pop en een zakje met mandarijntjes en walnoten en met de zomervakantie bij een tante en oom.

